Citaat | Rechtbank Den Haag 4 mei 2016
Onder 4.5. Rechtbank Den Haag 4 mei 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8266.
De door [eiseres] naar voren gebrachte belangen (verdedigingsbelang, waarheidsvinding, belang van een eerlijk proces) bij het onderzoek leiden niet tot een ander oordeel, nu die belangen ook bij de beoordeling van het gerechtshof zijn betrokken. Dat is weliswaar uitsluitend gebeurd binnen het kader van de noodzakelijkheidstoets, doch dat is gevolg van het moment waarop [eiseres] voor het eerst om het (kunnen) doen van dit onderzoek heeft gevraagd en kan niet aan de Staat worden tegengeworpen. De door [eiseres] aangehaalde jurisprudentie (rechtbank ’s-Gravenhage, 31 januari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3400, rechtbank ’s-Gravenhage, 9 november 2006, ECLI:NL:RBSGR:AZ1858 en gerechtshof ’s-Gravenhage, 21 oktober 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BG0294 ) kan haar ook niet baten, nu in die zaken – zoals de Staat terecht aanvoert – anders dan in onderhavige situatie geen sprake was van een beoordeling van de onderzoekswensen door de strafrechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe10ad01ab0570e35337f3a0964df95c8d9a7feee0df2ebd7408f82ab712266b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe10ad01ab0570e35337f3a0964df95c8d9a7feee0df2ebd7408f82ab712266b, en de alinea staat in dat document op bytes 27090 tot 28058.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe10ad01ab0570e35337f3a0964df95c8d9a7feee0df2ebd7408f82ab712266b | shasum -a 256