Citaat | Rechtbank Den Haag 27 juli 2016
Onder 4.9. Rechtbank Den Haag 27 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8635.
In de rechtspraak zijn twee uitzonderingen aanvaard op de regel dat de termijn van vijf jaar begint te lopen op 31 december van het jaar waarin de schuld opvorderbaar is geworden. De eerste uitzondering betreft de situatie dat sprake is van een vordering tot vergoeding van schade veroorzaakt door milieuverontreiniging die pas na verloop van tijd aan de dag treedt en daarmee op één lijn te stellen vormen van schade die naar hun aard een gedurende lange tijd voor een ieder verborgen karakter hebben dat voor de opvorderbaarheid een beletsel vormt dat voor rekening van de overheid behoort te komen (HR 9 oktober 1992, NJ 1994, 286 en 287). De tweede uitzondering betreft het geval waarin de burgerlijke rechter de schadevordering pas kan toewijzen nadat de administratieve rechter de onrechtmatigheid van het desbetreffende overheidsbesluit heeft vastgesteld (HR 28 oktober 1994, NJ 1995, 139). Deze twee uitzonderingssituaties doen zich hier niet voor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e6429f31f98f1ecdb7409dad1d215e03bd747739ec4a41b989330cedb8b9df5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e6429f31f98f1ecdb7409dad1d215e03bd747739ec4a41b989330cedb8b9df5, en de alinea staat in dat document op bytes 31367 tot 32338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e6429f31f98f1ecdb7409dad1d215e03bd747739ec4a41b989330cedb8b9df5 | shasum -a 256