Citaat | Rechtbank Den Haag 27 juli 2016
Onder 4.43. Rechtbank Den Haag 27 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8635.
In geschil is of eiseressen na de betwisting van hun feitelijke stellingen door de Staat voldoende hebben gesteld en bewezen dat zij (ten eerste) weduwe zijn van (ten tweede) een destijds door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerde man. De stelplicht en de bewijslast hiervan rusten op eiseressen die zich op het rechtsgevolg beroepen. De Staat wijst er terecht op dat het door de rechtbank toe te passen civiele bewijsrecht aan het bewijs hogere eisen stelt dan de eis van “ voldoende aannemelijkheid” , die de Bekendmaking aan het bewijsmateriaal buiten rechte stelt. Voor toewijzing van de vorderingen is vereist dat in rechte vast komt te staan dat eiseressen weduwe zijn van een destijds door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerde man.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e6429f31f98f1ecdb7409dad1d215e03bd747739ec4a41b989330cedb8b9df5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e6429f31f98f1ecdb7409dad1d215e03bd747739ec4a41b989330cedb8b9df5, en de alinea staat in dat document op bytes 59700 tot 60522.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e6429f31f98f1ecdb7409dad1d215e03bd747739ec4a41b989330cedb8b9df5 | shasum -a 256