Citaat | Rechtbank Den Haag 20 juli 2016

Onder 4.2. Rechtbank Den Haag 20 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8937.

Dexia heeft aangevoerd dat zij ten tijde van de ontvangst van de betalingen onder de overeenkomst niet te kwader trouw was, zodat zij eerst vanaf het moment van verzuim gehouden is de wettelijke rente te vergoeden. Uit de door [eiseres] overgelegde nieuwsbrief uit 1999 en een interne notitie van (de rechtsvoorganger van) Dexia uit 2001 blijkt echter dat Dexia er reeds toen van op de hoogte was dat indien een overeenkomst met een minderjarige werd gesloten machtiging van de kantonrechter was vereist. Het is daarom aannemelijk Dexia dit ook bij het aangaan van de overeenkomst wist. Dexia heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij ervan op de hoogte was of kon zijn dat de overeenkomst met een minderjarige was aangegaan, zodat zij kon weten dat een machtiging van de kantonrechter was vereist. Er kan dan ook niet worden volgehouden dat Dexia ten tijde van de ontvangst van de betalingen te goeder trouw was. Dexia is daarmee, gelet op artikel 6:205 BW, zonder ingebrekestelling in verzuim op het moment van de ontvangst van de betalingen. De wettelijke rente is daarom verschuldigd vanaf de dag van de betalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c36259d86db677e4f7993a2e12fbb4b43d1b87166c744d5dcfe82e04b900dac2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c36259d86db677e4f7993a2e12fbb4b43d1b87166c744d5dcfe82e04b900dac2, en de alinea staat in dat document op bytes 12844 tot 13980.