Citaat | Rechtbank Den Haag 30 mei 2016

Onder 6.3 Rechtbank Den Haag 30 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9067.

Uit de akten van levering, die in kopie tot de gedingstukken behoren, volgt dat eiseres voor het LOC‑gebouw van de Stichting een geldbedrag heeft bedongen en dat tussen eiseres en de Stichting een rechtsbetrekking tot stand is gekomen waarbij over en weer prestaties zijn uitgewisseld en waarbij de door eiseres ontvangen vergoeding de tegenwaarde vormt van de levering aan de Stichting. Daarmee staat het verband tussen de vergoeding en de levering vast. Dat de koopprijs lager is dan de kostprijs, doet daar niet aan af. Bovendien kan niet gesteld worden dat bij een vergoeding van € 4.000.000 in een geval als het onderhavige sprake is van een symbolische vergoeding dan wel van het in wezen ontbreken van een vergoeding. Ook de verhouding tussen de kostprijs en de verkoopprijs getuigt niet van een zodanige asymmetrie dat er geen reëel verband aanwezig zou zijn tussen het betaalde bedrag en de verrichte prestaties (zie HvJ 29 oktober 2009, Commissie/Finland, C-246/08, ECLI:EU:C:2009:671 en HvJ van 12 mei 2016, C-520/14, Gemeente Borsele ECLI:EU:C:2016:334).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fea393640dcc0130efe1b7e1ac97cd7e6bb53b04c43a7c46644b5dcdc2c9f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fea393640dcc0130efe1b7e1ac97cd7e6bb53b04c43a7c46644b5dcdc2c9f1, en de alinea staat in dat document op bytes 16871 tot 17957.