Citaat | Rechtbank Den Haag 30 mei 2016

Onder 6.4 Rechtbank Den Haag 30 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9067.

11. Het bezwaarschrift is ingediend op 7 januari 2010. De rechtbank doet uitspraak op 30 mei 2016. Daarmee is de redelijke termijn in beginsel met ongeveer vier jaar en vijf maanden overschreden. Tussen partijen is echter niet in geschil dat in eerste instantie door eiseres is verzocht de beslissing op het bezwaar aan te houden totdat de Hoge Raad in vergelijkbare zaken heeft geoordeeld, dat verweerder daarmee heeft ingestemd en dat de daarmee gemoeide termijn buiten beschouwing dient te blijven. Partijen hebben geen concrete afspraken gemaakt over de zaken die hierbij in aanmerking moeten worden genomen. Op het moment van indienen van het bezwaar speelden in ieder geval reeds de zaken van de Gemeente Aalten en de Gemeente Nijkerk. Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad in de zaak Aalten arrest gewezen en op 29 mei 2015 in de zaak Nijkerk. Nu evenwel eiseres in haar brief van 14 oktober 2014, door verweerder ontvangen op 20 oktober 2014, bij verweerder heeft aangedrongen op het doen van uitspraak op bezwaar, gaat de rechtbank er vanuit dat eiseres vanaf die datum niet langer instemde met aanhouding. De rechtbank gaat voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn daarom uit van 20 oktober 2014. Nu de rechtbank binnen twee jaar na die datum uitspraak doet, is er geen aanleiding voor vergoeding van immateriële schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fea393640dcc0130efe1b7e1ac97cd7e6bb53b04c43a7c46644b5dcdc2c9f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fea393640dcc0130efe1b7e1ac97cd7e6bb53b04c43a7c46644b5dcdc2c9f1, en de alinea staat in dat document op bytes 22036 tot 23431.