Citaat | Rechtbank Den Haag 20 juli 2016
Onder 4.1. Rechtbank Den Haag 20 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9853.
Het gaat in dit geding om de registratie van de (persoons)gegevens van [eiser c.s.] in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde verwijzingsregister (EVR). Deze registratie is aan te merken als een verwerking van persoonsgegevens, waarop de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing is. NN Bank heeft in dat kader als verweer aangevoerd dat [eiser c.s.] de verkeerde rechtsingang heeft gekozen en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering. NN Bank stelt dat [eiser c.s.] met inachtneming van artikel 46 in samenhang met artikel 36 van de Wbp via een verzoekschriftprocedure verwijdering uit de registers had kunnen verzoeken. [eiser c.s.] had deze procedure niet met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift moeten inleiden, aldus NN Bank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8142ff0e889e1ed14207991949da2ed2698535c6c963c69e11f9d747900ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8142ff0e889e1ed14207991949da2ed2698535c6c963c69e11f9d747900ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 26430 tot 27229.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d8142ff0e889e1ed14207991949da2ed2698535c6c963c69e11f9d747900ab3 | shasum -a 256