Citaat | Rechtbank Den Haag 20 juli 2016

Onder 4.4. Rechtbank Den Haag 20 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9853.

De rechtbank stelt voorts het volgende voorop. Uit de toelichting van NN Bank en de strafrechtelijke aangifte blijkt dat de ter discussie staande registratie betrekking heeft op een verdenking van fraude door [eiser c.s.] bij de hypotheekaanvraag. Omdat opname in het Incidentenregister en met name opname in het - voor andere deelnemende financiële instellingen raadpleegbare - EVR verstrekkende gevolgen kan hebben, worden daaraan hoge eisen gesteld. Die hoge eisen komen onder meer tot uitdrukking in de eis dat opname van strafrechtelijke persoonsgegevens - waaronder moet worden verstaan zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring in de zin van artikel 350 Wetboek van Strafvordering (Sv) kunnen dragen - pas is toegestaan indien de vastgestelde gedragingen een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren, in die zin dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan (vgl. HR 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2720).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8142ff0e889e1ed14207991949da2ed2698535c6c963c69e11f9d747900ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8142ff0e889e1ed14207991949da2ed2698535c6c963c69e11f9d747900ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 29560 tot 30624.