Citaat | Rechtbank Den Haag 20 juli 2016

Onder 4.5. Rechtbank Den Haag 20 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9853.

Naar de rechtbank begrijpt, bestrijdt [eiser c.s.] dat in het onderhavige geval aan deze eis is voldaan. Hij stelt immers dat überhaupt geen sprake is geweest van frauduleuze handelingen. Daartoe stelt [eiser c.s.] - met daaraan verbonden een aanbod tot het leveren van getuigenbewijs van deze stelling - dat hij in de aan de hypotheekaanvraag voorafgaande gesprekken duidelijk tegen [A] heeft gezegd dat [eiseres] bij hem in dienst was en dat hij NN Bank derhalve, anders dan NN Bank betoogt, hierover wel degelijk juist en volledig heeft geïnformeerd. Maar ook indien niet zou komen vast te staan dat expliciet mededeling is gedaan van de relatie tussen [eiser] en [X] biedt dat onvoldoende grond voor een registratie in de registers, omdat het nalaten daarvan mededeling te doen nog niet als het plegen van fraude kan worden beschouwd, aldus [eiser c.s.]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d8142ff0e889e1ed14207991949da2ed2698535c6c963c69e11f9d747900ab3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d8142ff0e889e1ed14207991949da2ed2698535c6c963c69e11f9d747900ab3, en de alinea staat in dat document op bytes 30704 tot 31577.