Citaat | Rechtbank Den Haag 5 oktober 2017

Onder 4.4. Rechtbank Den Haag 5 oktober 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11362.

De rechtbank overweegt dat een voorlopig getuigenverhoor ‘slechts’ kan worden toegelaten met het oog op een te voeren geding voor de burgerlijke rechter. Of verzoekers daarbij een belang hebben dat spoedeisend is, doet niet ter zake voor de toewijsbaarheid van het verzoek. Een voorlopig getuigenverhoor kan er daarom niet toe dienen bewijs te verzamelen voor een strafprocedure of voor een eventueel te starten procedure bij het EHRM. De omstandigheid dat in november 2017 de strafzaak tegen twee politieagenten bij deze rechtbank zal dienen, kan daarom niet gelden als belang voor het houden van een voorlopig getuigenverhoor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f1efbfad5d21acfbc9a2e61f0655a258b5da4a37322d37f3faf9f5db4c73160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f1efbfad5d21acfbc9a2e61f0655a258b5da4a37322d37f3faf9f5db4c73160, en de alinea staat in dat document op bytes 17343 tot 17989.