Citaat | Rechtbank Den Haag 5 oktober 2017

Onder 4.5. Rechtbank Den Haag 5 oktober 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11362.

Verzoekers voeren aan dat zij met het getuigenverhoor de mogelijkheden willen onderzoeken voor het aansprakelijk stellen van de Staat, dan wel een andere tegenpartij. Zij denken daarbij aan de politie en aan het openbaar ministerie. Het verzoekschrift is echter alleen gericht tegen de Staat. Artikel 187 lid 3 aanhef en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat het verzoekschrift de naam en de woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is dient in te houden. Dit voorschrift dient ertoe de belangen van de wederpartij te beschermen. Indien de wederpartij onbekend is dient verzoeker te onderbouwen waarom hij niet weet (en niet kan weten) wie zijn wederpartij is. In de onderhavige zaak blijkt dat verzoekers niet uitsluiten dat de politie bij een eventuele bodemprocedure eveneens als wederpartij zal worden aangemerkt. Uit het vonnis in kort geding van 27 juni 2017 (ro 4.5) blijkt dat verzoekers ook toen al overwogen om naast een aansprakelijkstelling van de agenten, ook de politie, het openbaar ministerie en/of de Staat civielrechtelijk aansprakelijk te stellen. Hieruit volgt dat niet gesteld kan worden dat de mogelijke wederpartijen in een eventueel te starten bodemprocedure bij verzoekers onbekend zijn. Het had derhalve op de weg van verzoekers gelegen om naast de Staat ook de politie als wederpartij in de onderhavige verzoekschriftprocedure te betrekken. De politie heeft immers op grond van artikel 26 van de Politiewet 2012 een eigen rechtspersoonlijkheid, en is geen orgaan van de Staat. Nu verzoekers - welbewust - de politie niet in deze procedure hebben betrokken, heeft de politie zich niet tegen het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kunnen verweren. Voorts zou de politie bij toewijzing van het verzoek niet in de gelegenheid zijn zelf vragen te stellen aan de te horen getuigen en zou zij geen gebruik kunnen maken van het recht om in contra-enquête eveneens getuigen te doen horen. Dit leidt tot de conclusie dat de door verzoekers gestelde verwijten aan het adres van de politie in het onderhavige verzoek buiten beschouwing dienen te blijven, en het verzoek alleen beoordeeld dient te worden voor zover het betrekking heeft op een eventuele aansprakelijkheidstelling van de Staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f1efbfad5d21acfbc9a2e61f0655a258b5da4a37322d37f3faf9f5db4c73160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f1efbfad5d21acfbc9a2e61f0655a258b5da4a37322d37f3faf9f5db4c73160, en de alinea staat in dat document op bytes 18069 tot 20381.