Citaat | Rechtbank Den Haag 18 oktober 2017
Onder 5.4 Rechtbank Den Haag 18 oktober 2017
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11809.
Eiser wijst ook op artikel 12, tweede lid, van de Richtlijn 2004/83/EG (Richtlijn) en de uitleg die het Hof van Justitie van de Europese Unie aan deze bepaling heeft gegeven in het arrest van 9 november 2010 inzake B. en D. tegen Duitsland (C-57/09 en C-101/09). Volgens eiser volgt uit dit arrest dat een omkering van de bewijslast zoals in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden, niet is toegestaan. De rechtbank kan eiser hierin niet volgen. De Afdeling heeft immers bij uitspraak van 29 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:632) en onder verwijzing naar genoemd arrest al uitgemaakt dat het in beginsel aannemen dat ten aanzien van onderofficieren en officieren van de KhAD/WAD sprake is van ‘personal and knowing participation’ verenigbaar is met artikel 12, tweede lid, van de Richtlijn.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8b6decc85a6bfbc7cf547df6fead54def4af602004bd2538cb06cbcfb614842. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8b6decc85a6bfbc7cf547df6fead54def4af602004bd2538cb06cbcfb614842, en de alinea staat in dat document op bytes 15752 tot 16617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8b6decc85a6bfbc7cf547df6fead54def4af602004bd2538cb06cbcfb614842 | shasum -a 256