Citaat | Rechtbank Den Haag 9 november 2017
Alinea 25 Rechtbank Den Haag 9 november 2017
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 9 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15071.
9. Verweerder heeft met de door hem overgelegde stukken de verzending van de aanslag en boetebeschikking naar het juiste adres aannemelijk gemaakt. Dit rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst daarvan. De enkele, eerst in beroep ingenomen stelling dat eiser de aanslag niet heeft ontvangen, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat het hier juist voor de hand had gelegen om deze stelling, anders dan de stelling dat de aanmaning tot doen van aangifte niet is ontvangen, reeds direct in bezwaar aan te voeren, temeer nu eiser ook in de brief van 22 mei 2017 van verweerder op de te late indiening van het bezwaar is gewezen. De gemachtigde heeft desgevraagd ter zitting geen verklaring kunnen geven waarom hij pas in beroep deze stelling heeft ingenomen. De rechtbank acht verweerder geslaagd in de op hem rustende bewijslast. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is dan ook geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084, en de alinea staat in dat document op bytes 9955 tot 10910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084 | shasum -a 256