Citaat | Rechtbank Den Haag 9 november 2017

Alinea 28 Rechtbank Den Haag 9 november 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 9 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15071.

11. De rechtbank stelt voorop dat, anders dan verweerder betoogd, van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar geen sprake is, nu eiser in het bezwaarschrift niet heeft erkend dat het bezwaar te laat is. De enkele omstandigheid dat eiser in bezwaar geen reden voor een verschoonbare termijnoverschrijding heeft gegeven, rechtvaardigt nog niet de conclusie dat sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar. Artikel 7:3, onder a, van de Awb is in het onderhavige geval dan ook niet van toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084, en de alinea staat in dat document op bytes 11437 tot 11953.