Citaat | Rechtbank Den Haag 9 november 2017
Alinea 29 Rechtbank Den Haag 9 november 2017
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 9 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15071.
12. Hoewel eiser in zijn pro forma bezwaarschrift heeft verzocht om te worden gehoord, is de rechtbank van oordeel dat van schending van de hoorplicht in het onderhavige geval geen sprake is. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verweerder bij brief van 22 mei 2017 eiser onder meer in de gelegenheid heeft gesteld om het bezwaarschrift mondeling toe te lichten door daarvoor een afspraak te maken en heeft hij verzocht om vóór 12 juni 2017 een schriftelijke reactie in te dienen. Na verlenging door verweerder van voormelde reactietermijn - onder toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken - tot 29 juni 2017, heeft eiser bij e-mailbericht van 13 juni 2017 op voormelde brief van verweerder van 22 mei 2017 gereageerd en zijn bezwaar nader gemotiveerd. Nu eiser tussen de brief van 22 mei 2017 en zijn e-mailbericht van 13 juni 2017 geen afspraak voor een hoorgesprek heeft gemaakt en daar in zijn e-mail niets over vermeld, mocht verweerder ervan uitgaan dat eiser geen behoefte meer had aan een hoorgesprek. Verweerder heeft daarom ingevolge artikel 7:3, onder d, van de Awb mogen afzien van een hoorgesprek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084, en de alinea staat in dat document op bytes 11973 tot 13132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79fcb42780b97985f65f251dbc16568e9f5a6f70b83a0294c8a42ff4ac9ef084 | shasum -a 256