Citaat | Rechtbank Den Haag 21 december 2017

Alinea 91 Rechtbank Den Haag 21 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 21 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15095.

39. Niet in discussie is dat [slachtoffer] door DH02 is aangehouden, maar minder duidelijk is voor welk strafbaar feit die aanhouding plaatsvond. Er is (kennelijk) geen proces-verbaal van aanhouding opgemaakt en de betrokkenen hebben daarover wisselend verklaard. De rechtbank kan evenwel in het midden laten voor welke van de mogelijk in aanmerking komende strafbare feiten (bedreiging, verstoring van de openbare orde en openbare dronkenschap) [slachtoffer] is aangehouden, omdat uit een oogpunt van rechtmatigheid kan worden vastgesteld dat er in elk geval aanleiding was om over te gaan tot aanhouding wegens verdenking van het strafbare feit als bedoeld in artikel 2:1 lid 1 juncto artikel 6:1 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag, te weten (kort gezegd) verstoring van de openbare orde. [slachtoffer] heeft zich -gelet op hetgeen hiervoor onder 29 tot en met 35 is overwogen- immers onmiskenbaar schuldig gemaakt aan het door uitdagend gedrag aanleiding geven tot wanordelijkheden als bedoeld in genoemd artikel van die verordening. De aanhouding was dan ook rechtmatig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/429cf1ebcd9a7b6952c816c3a072adc3c0bb205676f824510ecfad7832b637bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 429cf1ebcd9a7b6952c816c3a072adc3c0bb205676f824510ecfad7832b637bc, en de alinea staat in dat document op bytes 34642 tot 35768.