Citaat | Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Alinea 57 Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15521.

De rechtbank is van oordeel - zoals zij ook in eerdere uitspraken reeds heeft geoordeeld - dat, nu het Verdrag tot doel heeft om een zo snel mogelijk herstel van de aan de overbrenging of vasthouding voorafgaande situatie te bewerkstelligen, het Verdrag er niet aan in de weg staat dat de Nederlandse rechter kennis neemt van een verzoek tot teruggeleiding, indien dit doel niet kan worden bereikt door het voeren van een snelle (gerechtelijke) procedure in een niet-verdragsluitende staat. Wel is het naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk dat in dit soort situaties, waarin de rechtbank afwijkt van het uitgangspunt dat de rechter van de staat waar het kind zich bevindt bevoegd is van het verzoek tot teruggeleiding kennis te nemen, de zaak voldoende is verbonden met de rechtssfeer van Nederland om rechtsmacht aan te kunnen nemen. De rechtbank dient immers te beoordelen of het Nederlandse recht – regels van internationaal privaatrecht inbegrepen – aanknopingspunten biedt voor het aannemen van rechtsmacht in deze zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708, en de alinea staat in dat document op bytes 14601 tot 15653.