Citaat | Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Alinea 70 Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15521.

Hiervan uitgaande zou dit betekenen dat de route van de zogenaamde habeas corpus procedure voor de moeder niet is afgesloten. Als al wordt aangenomen dat een dergelijke procedure tot een teruggeleiding van [minderjarige] kan leiden, hetgeen door de moeder wordt betwist, is van belang dat niet in geschil is dat de Indiase rechter in de scheidingsprocedure bij beslissing van 17 juli 2017 de tijdelijke voogdij/voorlopige gezag (‘interim custody’) aan de vader heeft toegewezen. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet te verwachten dat de Indiase rechter in een dergelijke procedure zal oordelen dat de vader [minderjarige] onrechtmatig onder zich heeft. Dit geldt te meer nu in de strafrechtelijke uitleveringsprocedure (Nederland heeft India gevraagd de vader uit leveren vanwege de verdenking van kinderontvoering) door de Indiase rechter is geconstateerd dat geen sprake is van kinderontvoering door de vader.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708, en de alinea staat in dat document op bytes 23203 tot 24139.