Citaat | Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Alinea 95 Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15521.

Niet betwist is dat het gezagsrecht alleen of gezamenlijk daadwerkelijk werd uitgeoefend op het tijdstip van de overbrenging, dan wel zou zijn uitgeoefend, indien de overbrenging niet had plaatsgevonden. Nu niet in geschil is dat de moeder geen toestemming heeft gegeven voor de overbrenging naar India en aldus vaststaat dat deze overbrenging is geschied in strijd met het gezagsrecht van de moeder naar Nederlands recht, komt de rechtbank tot het oordeel dat de overbrenging van [minderjarige] naar India aangemerkt dient te worden als ongeoorloofd in de zin van artikel 3 van het Verdrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708, en de alinea staat in dat document op bytes 32228 tot 32832.