Citaat | Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Alinea 99 Rechtbank Den Haag 22 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15521.

Nu niet is gebleken dat er sprake is van een van de in artikel 13 van het Verdrag genoemde weigeringsgronden – de vader heeft hierop ook geen beroep gedaan –, terwijl er minder dan een jaar is verstreken tussen de ongeoorloofde overbrenging van [minderjarige] en de indiening van het verzoekschrift, dient naar analogie van het bepaalde in artikel 12 lid 1 van het Verdrag de onmiddellijke terugkeer van de [minderjarige] te volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fb8bdd13faff5c51bb1f73cbe0b6fbf8f37c9136ea0c050a3a8dc3c1c47c708, en de alinea staat in dat document op bytes 33837 tot 34287.