Citaat | Rechtbank Den Haag 31 oktober 2017

Alinea 22 Rechtbank Den Haag 31 oktober 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:16385.

6. De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat de bestuursrechter ondanks een niet‑ontvankelijkverklaring moet beoordelen of zich bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden voordoen als bedoeld in paragraaf 45 van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998 in zaaknr. 145/1996/764/965, Bahaddar tegen Nederland (het arrest Bahaddar). Dergelijke bijzondere feiten of omstandigheden doen zich voor, indien wat de vreemdeling heeft aangevoerd en overgelegd onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat uitzetting van die vreemdeling schending zou opleveren met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Bij wijze van voorbeeld verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1845).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfafbdc9b7120b1f61e3482ba5d3137fd37aa42ec8186e913d39849890dc6d21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfafbdc9b7120b1f61e3482ba5d3137fd37aa42ec8186e913d39849890dc6d21, en de alinea staat in dat document op bytes 9776 tot 10722.