Citaat | Rechtbank Den Haag 31 oktober 2017
Alinea 23 Rechtbank Den Haag 31 oktober 2017
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:16385.
7. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van bijzondere feiten of omstandigheden zoals bedoeld in het arrest Bahaddar. Niet is immers gebleken dat uitzetting van eiser onmiskenbaar een schending van artikel 3 van het EVRM oplevert. Daarbij is van belang dat niet aannemelijk is dat eiser iets te vrezen heeft in zijn land van herkomst en niet is gebleken van een actuele dreiging aan het adres van eiser. Evenmin is gebleken dat de familie van eiser die in [stad] verblijft, problemen heeft ondervonden. Er bestaat daarom naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak het bepaalde in artikelen 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, en 6:6 van de Awb niet aan eiser tegen te werpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfafbdc9b7120b1f61e3482ba5d3137fd37aa42ec8186e913d39849890dc6d21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfafbdc9b7120b1f61e3482ba5d3137fd37aa42ec8186e913d39849890dc6d21, en de alinea staat in dat document op bytes 10742 tot 11445.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfafbdc9b7120b1f61e3482ba5d3137fd37aa42ec8186e913d39849890dc6d21 | shasum -a 256