Citaat | Rechtbank Den Haag 10 maart 2017

Onder 3.3. Rechtbank Den Haag 10 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2718.

Daarnaast zijn de vorderingen waarvoor Loterijverlies beslag heeft laten leggen summierlijk ondeugdelijk. Weliswaar staat in rechte vast dat de Staatsloterij een aantal misleidende mededelingen heeft gedaan en is daarmee de onrechtmatigheid van die mededelingen gegeven, maar er is niet voldaan aan de vereiste voor schadeplichtigheid op grond van onrechtmatige daad (waar de vorderingen in de bodemprocedure hoofdzakelijk op gebaseerd lijken). Niet aannemelijk is dat de bodemrechter een vordering zal toewijzen die uitgaat van de niet-onderbouwde en onjuiste aanname dat de volledige groep consumenten die in de relevante periode aan het staatsloterijspel heeft deelgenomen, zou hebben afgezien van deelname bij correcte mededelingen van de Staatsloterij en dat de schade (dus) gelijk is aan de nominale waarde van de destijds verkochte loten. Aan het voor schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad vereiste conditio sine qua non-verband (causaal verband) is niet voldaan en bovendien is de omvang van de gestelde schade niet aannemelijk. De stelplicht en bewijslast van deze twee punten rusten op de individuele deelnemer en de stelling van Loterijverlies dat causaal verband op voorhand voor alle deelnemers mag “worden aangenomen” vindt geen enkele steun in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff1bededf1201f5fdff764c2e99b65619cc618ac6d3c9706e2b338c2359938f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff1bededf1201f5fdff764c2e99b65619cc618ac6d3c9706e2b338c2359938f9, en de alinea staat in dat document op bytes 21753 tot 23051.