Citaat | Rechtbank Den Haag 14 april 2017

Onder 3.4. Rechtbank Den Haag 14 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 14 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3801.

In het Nederlandse recht ontbreekt (vooralsnog) een specifieke, op de levenslange gevangenisstraf toegesneden mogelijkheid van herbeoordeling. Mede gelet op hetgeen in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 11.5 en 11.7.3-11.7.5 is vermeld omtrent de feitelijke mogelijkheden tot bekorting van de levenslange gevangenisstraf in het kader van de bestaande gratieprocedure en/of door tussenkomst van de burgerlijke rechter, is de Hoge Raad van oordeel dat de huidige tenuitvoerleggingspraktijk onverenigbaar is met de eisen die art. 3 EVRM stelt. Zolang die praktijk niet zodanig is gewijzigd dat voor een tot levenslange gevangenisstraf veroordeelde een reële mogelijkheid bestaat tot herbeoordeling van de straf op de wijze als hiervoor geschetst, welke kan leiden tot verkorting van de straf dan wel (voorwaardelijke) invrijheidstelling, levert de oplegging van een levenslange gevangenisstraf een schending op van art. 3 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fa034a4ef78c1bfbb364b89257dffce166402e4e764e86f07825398c8c0b98b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fa034a4ef78c1bfbb364b89257dffce166402e4e764e86f07825398c8c0b98b, en de alinea staat in dat document op bytes 20190 tot 21190.