Citaat | Rechtbank Den Haag 25 januari 2017

Alinea 55 Rechtbank Den Haag 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:444.

8. Het voordeel uit sparen en beleggen wordt, op grond van artikel 5.2, eerste lid van de Wet IB 2001, gesteld op vier percent (forfaitair rendement) van de grondslag uit sparen en beleggen voor zover de grondslag sparen en beleggen aan het begin van het kalenderjaar meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen. De bewuste keuze van de wetgever voor een forfaitaire rendementsheffing, brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat de stelling van eiser dat verweerder misbruik maakt van zijn bevoegdheid en tegen beter weten in handelt, faalt. Naar het oordeel van de rechtbank is het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen dan ook tot het juiste bedrag vastgesteld. Niet relevant is dan ook dat de Belastingdienst in staat zou zijn in het geval van eiser het werkelijk rendement te belasten, nu de wetgever daarvoor niet heeft gekozen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1b45dcf438792f79ebf520353fe2522a011b5c85f517a8affb67f61911a90b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1b45dcf438792f79ebf520353fe2522a011b5c85f517a8affb67f61911a90b2, en de alinea staat in dat document op bytes 11848 tot 12709.