Citaat | Rechtbank Den Haag 25 januari 2017

Onder 9.2 Rechtbank Den Haag 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:444.

Naast het voorgaande dient in ogenschouw te worden genomen dat, gelet op de verhouding tussen de rechter en de wetgever, de (kennelijke) keuze(s) van de wetgever om de box 3-heffing de eerste jaren niet aan te passen hoewel bijvoorbeeld de (reële) rente op Nederlandse staatsobligaties vanaf een bepaald moment lager werd dan 4%, valt binnen de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid, nu immers het percentage van 4 is gebaseerd op een lange-termijnveronderstelling en niet op een korte-termijnveronderstelling (vgl. ECLI:NL:RBZWB:2017:67). Het valt dan naar het oordeel van de rechtbank binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever dat hij - mede gelet op hetgeen onder 9.1 is overwogen en gelet op het onderzoek in het kader van de herziening van de box-3 heffing per 1 januari 2017 - pas met ingang van 2017 tot wijziging van de box 3-heffing is overgegaan in die zin dat (de hoogte van) het forfaitair rendement vanaf dat moment afhangt van de aard en omvang van de vermogensbestanddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1b45dcf438792f79ebf520353fe2522a011b5c85f517a8affb67f61911a90b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1b45dcf438792f79ebf520353fe2522a011b5c85f517a8affb67f61911a90b2, en de alinea staat in dat document op bytes 18310 tot 19324.