Citaat | Rechtbank Den Haag 25 januari 2017

Onder 9.3 Rechtbank Den Haag 25 januari 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:444.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser voorts niet aannemelijk gemaakt dat het forfaitaire stelsel van box 3, mede gelet op het toepasselijke tarief, voor hem leidt tot een individuele, buitensporig zware last. Ter beoordeling daarvan acht de rechtbank de omvang van het heffingvrije vermogen niet relevant omdat gekeken moet worden naar het rendement in verhouding tot de betaalde belasting. Onder verwijzing naar overweging 10.11 van de conclusie van A-G Niessen, ECLI:NL:PHR:2016:41, overweegt de rechtbank voorts dat de door eiser ontvangen rente feitelijk de betaalde belasting niet overschrijdt, zodat in zoverre geen aanleiding bestaat om een individuele buitensporige last aan te nemen. Gelet op de omstandigheid dat in het verleden meer dan vier percent rendement is behaald, is ook op langere termijn bezien geen sprake van een individuele buitensporige last. Andere feiten of omstandigheden op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat de belastingheffing voor eiser een zodanige last vormt, zijn niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1b45dcf438792f79ebf520353fe2522a011b5c85f517a8affb67f61911a90b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1b45dcf438792f79ebf520353fe2522a011b5c85f517a8affb67f61911a90b2, en de alinea staat in dat document op bytes 19403 tot 20451.