Citaat | Rechtbank Den Haag 4 mei 2017

Onder 4.2. Rechtbank Den Haag 4 mei 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4635.

De Regeling schrijft voor dat melkveehouderijen zoals die van eisers hun veestapel moeten inkrimpen en/of heffingen moeten betalen. Nu eisers dit voorschrift onverbindend achten, brengen de eisen van een doeltreffende rechtsbescherming tegen de overheid mee dat zij het geschil omtrent de verbindendheid van het voorschrift moeten kunnen voorleggen aan de burgerlijke rechter (HR 11 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2169 (Leenders/Ubbergen)). De Staat heeft gewezen op de mogelijkheid voor eisers om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen besluiten die hen rechtstreeks raken, zoals besluiten waarbij een heffing is opgelegd of een beroep op de knelgevallenregeling is afgewezen. Die mogelijkheid bestaat weliswaar, maar leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van eisers in deze procedure. De Regeling heeft immers directe werking. Dat betekent dat voor het intreden van rechtsgevolgen geen apart besluit nodig is. Eisers lijden schade door de Regeling na te leven. Van hen kan dan ook niet worden gevergd dat zij, uitsluitend om de vraag of de Regeling onverbindend is aan het oordeel van de rechter te kunnen onderwerpen, een besluit op grond van de Regeling uitlokken om daar vervolgens bezwaar en beroep tegen in te stellen. De Staat heeft ook erkend dat de burgerlijke rechter kan oordelen over de algemene onderdelen van de Regeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce23fed1f5d94b9be7daba42161485fd6426ee9a1701b84501859661988369d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce23fed1f5d94b9be7daba42161485fd6426ee9a1701b84501859661988369d0, en de alinea staat in dat document op bytes 42538 tot 43887.