Citaat | Rechtbank Den Haag 4 mei 2017

Onder 4.4. Rechtbank Den Haag 4 mei 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4635.

De primaire vordering richt zich tegen de Staat als wetgever en strekt tot het buiten toepassing doen verklaren van de Regeling, een ministeriële regeling. Een ministeriële regeling is wetgeving in materiële zin. De burgerlijke rechter kan dergelijke wetgeving in kort geding slechts buiten toepassing verklaren indien en voor zover deze onmiskenbaar onverbindend is wegens strijd met wetten in formele zin, eenieder verbindende bepalingen van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Dit criterium vloeit voort uit artikel 94 van de Grondwet en vaste jurisprudentie (vgl. HR 1 juli 1983, NJ 1984, 360) en wijst op grote terughoudendheid, te meer nu in een kortgedingprocedure als de onderhavige slechts een voorlopig oordeel kan worden gegeven. De in acht te nemen terughoudendheid vindt haar grondslag in de op de Grondwet berustende verdeling van bevoegdheden van de verschillende staatsorganen – de scheiding der machten. Het is bij uitstek de taak van de wetgever om bij het vaststellen van wet- en regelgeving alle in het geding zijnde argumenten en belangen tegen elkaar af te wegen, waarbij aan hem een grote mate van beleidsvrijheid toekomt. Bij die afweging is voor derden zoals de Raad van State slechts een adviserende rol weggelegd. Er is dan ook geen plaats voor een eigen “volle” toetsing door de burgerlijke rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce23fed1f5d94b9be7daba42161485fd6426ee9a1701b84501859661988369d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce23fed1f5d94b9be7daba42161485fd6426ee9a1701b84501859661988369d0, en de alinea staat in dat document op bytes 44586 tot 45993.