Citaat | Rechtbank Den Haag 4 mei 2017

Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 4 mei 2017

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4635.

Eisers stellen op zichzelf terecht dat uit de Memorie van Toelichting op artikel 13 Landbouwwet lijkt te volgen dat de wetgever heeft bedoeld een grondslag te bieden voor beleid dat voorziet in een redelijke prijsvorming. Het behoud van de derogatie voorziet niet in die doelstelling, zoals de Staat ook heeft erkend. Echter, van belang is dat, zoals hiervoor overwogen, de visie van de Staat dat artikel 13 Landbouwwet een grondslag biedt voor de Regeling verenigbaar is met de (tekstuele) uitleg van de wettekst zelf. De voorzieningenrechter is bij de uitleg en interpretatie van wetteksten niet gebonden aan hetgeen tijdens de parlementaire geschiedenis is besproken. De wetsgeschiedenis behoeft dus niet doorslaggevend te zijn. Gelet op het feit dat de Landbouwwet dateert van langere tijd geleden, waarin zich volstrekt andere problemen voordeden in de landbouwsector dan tegenwoordig, acht de voorzieningenrechter het niet onverenigbaar met de bedoeling van de wetgever dat bij de uitleg van deze wet nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij worden meegewogen. Van een mestoverschot was ten tijde van het ontstaan van de Landbouwwet nog geen sprake. Thans is dat wel het geval. De voorzieningenrechter acht artikel 13 lid 1 Landbouwwet dan ook toereikend voor het uitvaardigen van de Regeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce23fed1f5d94b9be7daba42161485fd6426ee9a1701b84501859661988369d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce23fed1f5d94b9be7daba42161485fd6426ee9a1701b84501859661988369d0, en de alinea staat in dat document op bytes 47805 tot 49119.