Citaat | Rechtbank Den Haag 30 juni 2017
Onder 4.2. Rechtbank Den Haag 30 juni 2017
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7179.
Het onderhavige geschil heeft betrekking op het aan [eiser] te verlenen verlof. Tussen partijen is niet in geschil dat de RSJ dé aangewezen instantie is om daarover te beslissen, welke weg [eiser] overigens ook heeft gevolgd. Voorts staat niet ter discussie dat een procedure bij de RSJ moet worden aangemerkt als een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang. Het voorgaande betekent dat er in beginsel geen plaats is voor de burgerlijke rechter om te beslissen inzake het onderhavige geschil. Dat kan slechts anders liggen wanneer een beslissing van de RSJ niet kan worden afgewacht. Volgens [eiser] doet die situatie zich hier voor, omdat de vorige procedure bij de RSJ, die heeft geleid tot de uitspraak van 27 maart 2017, bijna vijf maanden duurde. Van [eiser] kan in redelijkheid niet worden verwacht dat hij nog zo'n lange periode moet wachten voordat hem onbegeleid verlof wordt verleend, dan wel hem voldoende duidelijkheid wordt verstrekt over de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om voor dergelijk verlof in aanmerking te komen, aangezien ervan moet worden uitgegaan dat het beroep van [eiser] gegrond zal worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31dbd2a79abe9b31b8578edc1c81ade389b25dbe60c8f996e74dc28516f5a262. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31dbd2a79abe9b31b8578edc1c81ade389b25dbe60c8f996e74dc28516f5a262, en de alinea staat in dat document op bytes 22686 tot 23840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31dbd2a79abe9b31b8578edc1c81ade389b25dbe60c8f996e74dc28516f5a262 | shasum -a 256