Citaat | Rechtbank Den Haag 29 november 2018
Alinea 40 Rechtbank Den Haag 29 november 2018
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 29 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14486.
13. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat eiseres in eerste instantie meer Bpm heeft voldaan dan zij volgens het Unierecht verschuldigd was. Uit het arrest van het HvJ van 18 april 2013, C-565/11, ECLI:EU:C:2013:250 (Irimie-arrest) volgt dat het een aangelegenheid van nationaal recht is van elke lidstaat om de voorwaarden vast te stellen waaronder de rentevergoeding moet worden betaald die een lidstaat verschuldigd is omdat belasting in strijd met het Unierecht is geheven. De wetgever heeft dan ook ervoor mogen kiezen deze rentevergoeding via de ontvanger te laten lopen (Hoge Raad 3 maart 2017, nr. 16/01176, ECLI:NL:HR:2017:341). De Hoge Raad heeft in het arrest van 28 september 2018 (nr. 17/01724, ECLI:NL:HR:2018:1790) geoordeeld dat artikel 28c van de Invorderingswet 1990 (Iw) als bijzondere regeling voorrang heeft op de algemene regels die de belastingrechter de bevoegdheid geven schadevergoeding toe te kennen en dat de rechter niet bevoegd is de inspecteur op te dragen deze rente te vergoeden. In dit arrest heeft de Hoge Raad tevens geoordeeld dat de in artikel 28c Iw opgenomen voorwaarden voor toekenning van Irimie-rente niet in strijd zijn met het Unierechtelijke gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel. Uit het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018 (nr. 17/01548, ECLI:NL:HR:2018:583) volgt dat evenmin kan worden gesteld dat de uitoefening van het door de rechtsorde van de Unie verleende recht op rentevergoeding aldus in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk wordt. De wetgever heeft de verplichting tot vergoeding van rente wegens met het Unierecht strijdige belastingheffing dus kunnen en mogen neerleggen bij de ontvanger, zodat de rechtbank eiseres niet volgt in haar stelling dat verweerder die rente dient te vergoeden. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt verder dat de rechtbank niet bevoegd is in een procedure tegen de inspecteur te oordelen over de werking van artikel 28c Iw (zie Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:341). Het beroep is dan ook ongegrond voor zover dit ziet op de rentevergoeding op de voet van artikel 28c Iw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e84da2075cd2dce1adacb587904a290d33a53890311c78912975a273aae0eb9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e84da2075cd2dce1adacb587904a290d33a53890311c78912975a273aae0eb9a, en de alinea staat in dat document op bytes 19699 tot 21815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e84da2075cd2dce1adacb587904a290d33a53890311c78912975a273aae0eb9a | shasum -a 256