Citaat | Rechtbank Den Haag 15 februari 2018

Onder 5.1. Rechtbank Den Haag 15 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 15 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:1513.

Artikel 7:262, eerste lid BW bepaalt dat wanneer de huurcommissie uitspraak heeft gedaan, huurder en verhuurder worden geacht overeengekomen te zijn wat in die uitspraak is vastgesteld, tenzij een van hen binnen acht weken nadat aan hen een afschrift van die uitspraak is verzonden, een beslissing van de rechter heeft gevorderd over het punt waarover de huurcommissie om een uitspraak was verzocht. De dagvaarding van Staedion is tijdig uitgebracht. Daarmee verliest de uitspraak van de huurcommissie haar bindende werking, en zal de kantonrechter zelf in de zaak voorzien. De kantonrechter zal de bezwaren van Staedion tegen de uitspraak van de huurcommissie dan ook verstaan als een verzoek aan de kantonrechter om de betalingsverplichting van [gedaagde] met inachtneming van die bezwaren vast te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08f078ac2f44324adf11f2ba09778ba6592e6e8a01b69462c82671f207e682b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08f078ac2f44324adf11f2ba09778ba6592e6e8a01b69462c82671f207e682b7, en de alinea staat in dat document op bytes 22100 tot 22922.