Citaat | Rechtbank Den Haag 15 februari 2018

Onder 5.5. Rechtbank Den Haag 15 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 15 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:1513.

Niettegenstaande de Warmtewet blijven de huurcommissie en de kantonrechter dus bevoegd op grond van artikel 7:260 BW, respectievelijk artikel 7:262 BW een uitspraak te doen over een betalingsverplichting van de huurder met betrekking tot kosten van warmtelevering. Daarbij toetsen zij de door de verhuurder in rekening gebrachte kosten aan de voor de berekening daarvan geldende wettelijke voorschriften, dus in het onderhavige geval aan de Warmtewet, en aan de redelijkheid (vgl. artikel 7:259, eerste lid BW en artikel 18, tweede lid UHW). De stelling van Staedion dat de huurcommissie - en nu dus de kantonrechter - alleen maar mogen toetsen of de door Staedion gehanteerde tarieven onder de maximumprijs van de Warmtewet blijven, is dus ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08f078ac2f44324adf11f2ba09778ba6592e6e8a01b69462c82671f207e682b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08f078ac2f44324adf11f2ba09778ba6592e6e8a01b69462c82671f207e682b7, en de alinea staat in dat document op bytes 25550 tot 26315.