Citaat | Rechtbank Den Haag 25 oktober 2018
Onder 4.1. Rechtbank Den Haag 25 oktober 2018
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15529.
De kantonrechter heeft zich allereerst voor de vraag geplaatst gezien of het door [verzoekster] ingediende verzoek wel door middel van een verzoekschrift aanhangig had moeten worden gemaakt. Betoogd kan immers worden dat artikel 7:686 Burgerlijk Wetboek (BW) alleen vastlegt dat aan - in dit geval - de werknemer óók de op boek 6 BW gebaseerde rechtsmiddelen in verband met een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst ter beschikking staan. Die rechtsmiddelen moeten in beginsel met een dagvaardingsprocedure worden ingeleid. Omdat de door [verzoekster] ingediende verzoeken onmiddellijk verband houden met de (wijze van) beëindiging van haar dienstverband (zoals ook uit de hierna volgende overwegingen nog zal blijken) en zij aan haar verzoeken uitdrukkelijk niets anders ten grondslag legt dan haar stelling dat een voldragen ontslaggrond zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder a BW ontbreekt, accepteert de kantonrechter dat het hier betreft een verzoek gebaseerd op het in, bij of krachtens afdeling 9 van titel 10 van boek 7 van het BW (Einde van de arbeidsovereenkomst) bepaalde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da13bdca6a0c4361be2c42826de367601f64c1f4b50b2b222e5955527ce4b479. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da13bdca6a0c4361be2c42826de367601f64c1f4b50b2b222e5955527ce4b479, en de alinea staat in dat document op bytes 16530 tot 17645.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da13bdca6a0c4361be2c42826de367601f64c1f4b50b2b222e5955527ce4b479 | shasum -a 256