Citaat | Rechtbank Den Haag 25 oktober 2018

Onder 4.4. Rechtbank Den Haag 25 oktober 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 25 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15529.

Door in te stemmen met het einde van de arbeidsovereenkomst en de vraag of er een voldragen ontslaggrond is vervolgens in een op artikel 6:265 BW gebaseerde schadevergoedingsprocedure voor te leggen aan de kantonrechter, omzeilt [verzoekster] het systeem van de WWZ, dat als een lex specialis ten opzichte van artikel 6:265 BW is te beschouwen. De WWZ voorziet er in dat er, indien aan de werkgever een ernstig verwijt kan worden gemaakt, in de procedure waarin de ontslaggronden worden getoetst een billijke vergoeding kan worden toegekend op basis van de door de Hoge Raad bij arrest van 13 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1187 uitgewerkte criteria. Van de werknemer mag worden verwacht dat hij/zij zijn/haar bezwaren tegen het einde van de arbeidsovereenkomst aan de orde stelt in de procedure die daarvoor in het leven is geroepen. Een andere benadering doet geen recht aan de in de WWZ neergelegde benadering van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da13bdca6a0c4361be2c42826de367601f64c1f4b50b2b222e5955527ce4b479. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da13bdca6a0c4361be2c42826de367601f64c1f4b50b2b222e5955527ce4b479, en de alinea staat in dat document op bytes 20340 tot 21310.