Citaat | Rechtbank Den Haag 8 mei 2018

Onder 2.8 Rechtbank Den Haag 8 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 8 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:16457.

Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd en de in het geding gebrachte producties staat vast dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] , een fysisch geograaf, geboren op [geboortedatum] 1969, op 1 februari 2014 in de functie van Senior onderzoeker, voor de duur van laatstelijk 36 uur per week, tegen een salaris ad laatstelijk € 5.171,66 bruto per maand exclusief vakantietoeslag, in dienst is getreden van Acacia . Op dezelfde grond staat vast dat hij voordien in dienst is geweest bij Alterra, het onderzoeksinstituut van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Op dezelfde grond staat vast dat hij tot eind 2017 tot tevredenheid van Acacia bij haar heeft gefunctioneerd. Vast staat op die grond ook dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] bij zijn e-mailbericht d.d. 19 november 2017 aan Acacia heeft gemeld dat hij vanwege de kwaliteit van het werk van Acacia en zijn eigen onafhankelijkheid heeft besloten om te zien naar ander werk en voorts, dat partijen naar aanleiding van dat bericht overleg zijn gaan voeren, zonder dat dit tot resultaten heeft geleid. Op de zojuist bedoelde grond staat verder vast dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] geen gevolg heeft gegeven aan de opdracht die hem is gegeven bij de brief van Acacia d.d. 13 februari 2018 om uiterlijk op 16 februari 2018 bij haar in te leveren de gegevens die zijn vermeld op de bij die brief behorende bijlage en evenmin gevolg heeft gegeven aan de daartoe strekkende sommaties van de gemachtigde van Acacia . Op dezelfde grond staat vast dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] die gegevens onder zich heeft, althans beschikbaar heeft of kan krijgen op het netwerk van Acacia , zulks met uitzondering van de kaarten en GIS-projecten binnen project nr. 568. Op de zojuist genoemde grond staat ook vast dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] bij de uitvoering van zijn werkzaamheden gebruik heeft gemaakt van data, modellen en tools en dergelijke waarop het auteursrecht rust van Alterra en voorts, dat dit recht (mede) ziet op de in de bijlage bij de zojuist genoemde brief d.d. 13 februari 2018 genoemde gegevens. Het is niet gebleken dat Acacia , in de periode waarin [verwerende partij, tevens verzoekende partij] deze gegevens gebruikte, voor het gebruik daarvan toestemming had van Alterra. Als vaststaand is daarom aan te nemen dat zij die toestemming niet had. Gebleken is evenmin dat [verwerende partij, tevens verzoekende partij] Acacia heeft gewezen op het feit dat hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden van die gegevens gebruik maakte. Ook dat staat daarom vast. Op de hiervoor genoemde grond staat tenslotte vast dat [naam werknemer] van Alterra in het als productie 39 door Acacia in het geding gebrachte e-mailbericht d.d. 13 april 2018 onder meer het volgende heeft geschreven aan Acacia :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2de20bee39f30ef56234a774417de1927b42e4812180e2b38a0462fd0102cc77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2de20bee39f30ef56234a774417de1927b42e4812180e2b38a0462fd0102cc77, en de alinea staat in dat document op bytes 23279 tot 26134.