Citaat | Rechtbank Den Haag 28 december 2018

Alinea 37 Rechtbank Den Haag 28 december 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 28 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:16475.

15. Met betrekking tot het standpunt van eiseres dat de Verordening geheel of gedeeltelijk onverbindend dient te worden verklaard, overweegt de rechtbank als volgt. De gemeente heeft er voor gekozen zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen als belastingplichtige voor de onroerende-zaakbelastingen aan te wijzen, maar om het tarief van de gebruikersbelasting op nihil te stellen en het tarief van de eigenarenbelasting ten opzichte van 2015 te verhogen. De rechtbank overweegt dat het de gemeentelijke wetgever vrij staat om in de Verordening te bepalen onroerende-zaakbelastingen te heffen van gebruikers en/of van eigenaren van onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De gemeentelijke wetgever is voorts in hoge mate vrij om te bepalen op welke wijze hij de heffing van onroerende-zaakbelastingen wil vormgeven. In het onderhavige geval is ervoor gekozen de facto uitsluitend van de eigenaren van niet-woningen onroerende-zaakbelasting te heffen. Dit is niet in strijd met het bepaalde in artikel 220 van de Gemeentewet waarin immers is bepaald dat gemeenten van zowel eigenaren als gebruikers van niet-woningen belasting kunnen heffen. Het betoog van eiseres dat verweerder op grond van het bepaalde in artikel 220 van de Gemeentewet gehouden is ook van gebruikers van niet-woningen onroerende-zaakbelasting te heffen, faalt eveneens. Zoals hiervoor is overwogen biedt artikel 220 van de Gemeentewet daartoe weliswaar de mogelijkheid, maar een verplichting daartoe behelst dit artikel niet. De per 1 januari 2016 door de gemeente doorgevoerde wijziging in de systematiek van de belastingheffing leidt de rechtbank, gelet op de ruime bevoegdheid die de gemeente heeft om te bepalen op welke wijze zij de heffing van onroerende-zaakbelastingen wil vormgeven, voorts niet tot het oordeel dat sprake is van een willekeurige en onredelijke belastingheffing. Ook de omstandigheid dat deze wijziging voor eiseres leidt tot een aanzienlijke stijging van het tarief brengt de rechtbank niet tot het oordeel dat sprake is van een willekeurige en onredelijke belastingheffing. Deze verhoging is het uitvloeisel van de hiervoor omschreven systematiek volgens welke de gemeente onroerende-zaakbelastingen met betrekking tot niet-woningen heft, namelijk de facto uitsluitend van eigenaren en niet tevens van gebruikers en deze wijziging op zichzelf, gelet op de ruime bevoegdheid van de gemeente de belastingheffing naar eigen inzicht vorm te geven, niet leidt tot een willekeurige of onredelijke belastingheffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ceb4e9ba6b2f189e3c55fe18e477ddf72dd8cc08451a5c6aac030094f4abe8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ceb4e9ba6b2f189e3c55fe18e477ddf72dd8cc08451a5c6aac030094f4abe8d, en de alinea staat in dat document op bytes 15488 tot 18032.