Citaat | Rechtbank Den Haag 12 september 2018

Onder 4.5. Rechtbank Den Haag 12 september 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 12 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:16634.

Biogen kan in voormeld standpunt over de onderlinge vervangbaarheid van de middelen niet gevolgd worden. In artikel 2.40 lid 1 aanhef en onder a Rzv staat dat geneesmiddelen als onderling vervangbaar worden aangemerkt als zij bij een gelijksoortig indicatiegebied kunnen worden toegepast. Nu beide middelen dezelfde werkzame stof bevatten, staat vast dat zij bij hetzelfde indicatiegebied kunnen worden toegepast. Genoemd voorschrift staat geheel los van de geregistreerde indicatie en ook overigens blijkt niet uit de Rzv of de Bzv dat (alleen) de geregistreerde indicatie in aanmerking genomen moet worden en nog minder dat – zoals uit de stellingen van Biogen wel volgt – die geregistreerde indicatie doorslaggevend moet zijn bij de beantwoording van de vraag of geneesmiddelen toegepast kunnen worden bij een gelijksoortig indicatiegebied (vergelijk in dit verband ook artikel 2.39 Rzv, waaruit blijkt welke bronnen voor opnamen in het GVS worden beoordeeld). De Minister is derhalve niet buiten zijn beleidsvrijheid getreden door zich bij de beoordeling van de vraag of Skilarence en Tecfidera onderling vervangbaar zijn niet te beperken tot de beoordeling van de geregistreerde indicaties van die middelen, maar zich louter te baseren op de werkzame stof van beide middelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e8a6cb2e60fee349e18fb79877f96e080162c95ec5154bbf5864987bb0e2f66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e8a6cb2e60fee349e18fb79877f96e080162c95ec5154bbf5864987bb0e2f66, en de alinea staat in dat document op bytes 29592 tot 31004.