Citaat | Rechtbank Den Haag 12 september 2018

Onder 4.10. Rechtbank Den Haag 12 september 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 12 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:16634.

In de dagvaarding heeft Biogen nog betoogd dat de Minister ten onrechte geen gevolg heeft gegeven aan de verplichting ingevolge artikel 2.50 lid 8 en lid 6 Rzv om Biogen voorafgaand te informeren aan het voorgenomen besluit en over de rechtsmiddelen die haar dan ter beschikking staan. Voor zover Biogen dit standpunt, waarop Biogen ter zitting niet meer is teruggekomen, handhaaft overweegt de voorzieningenrechter dat Biogen aan haar stellingen over de onrechtmatigheid van dit handelen geen vorderingen verbindt. In zoverre kunnen deze stellingen derhalve in dit kort geding geen gevolgen hebben. Overigens is naar het oordeel van de voorzieningenrechter genoegzaam gebleken dat Biogen voorafgaand aan de beslissing van de Minister is geïnformeerd over het voorgenomen besluit en de redenen daarvoor en dat zij haar zienswijze heeft kunnen geven. Naar aanleiding van de aanvraag Almirall voor opname van Skilarence in het GVS heeft Biogen immers bij brief van 23 februari 2018 haar visie gegeven. Vervolgens heeft Biogen naar aanleiding van het advies van het Zorginstituut van 9 mei 2018 nogmaals schriftelijk haar visie gegeven. Tot slot heeft Biogen, middels dit kort geding, alsnog in rechte kunnen opkomen tegen de handelwijze van de Minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e8a6cb2e60fee349e18fb79877f96e080162c95ec5154bbf5864987bb0e2f66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e8a6cb2e60fee349e18fb79877f96e080162c95ec5154bbf5864987bb0e2f66, en de alinea staat in dat document op bytes 34975 tot 36241.