Citaat | Rechtbank Den Haag 19 februari 2018

Alinea 43 Rechtbank Den Haag 19 februari 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 19 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:1885.

15. De curator heeft gewezen op rechtsoverweging 3.10.3. van het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2015, NJ 2015/264 (JPR/Gunning q.q.), waarin de Hoge Raad overweegt dat de curator steeds het betaalde kan terugvorderen waarmee na het intreden van de faillissementstoestand de rekening van de schuldeiser is gecrediteerd. Dat arrest ziet evenwel op de situatie dat een betaling heeft plaatsgevonden ten laste van een aan de boedel van de failliet toekomend creditsaldo op de bankrekening van de failliet. Die situatie verschilt wezenlijk van de onderhavige situatie. In de onderhavige situatie bevatte de ABN-rekening ten tijde van de faillietverklaring immers geen aan de failliet toekomend saldo. De Bank had in het onderhavige geval dan ook geen “geld” van de failliet onder zich en kan met de door haar gedane betaling daarom ook geen “geld” van de failliet aan de boedel hebben onttrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94cc704fe2a72ce3344b120172d3986504fd728886fe144ac325c6a2790a2aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94cc704fe2a72ce3344b120172d3986504fd728886fe144ac325c6a2790a2aad, en de alinea staat in dat document op bytes 12258 tot 13176.