Citaat | Rechtbank Den Haag 12 maart 2018

Alinea 25 Rechtbank Den Haag 12 maart 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 12 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2881.

10. De rechtbank vat het betoog van eiseres dat zij meerdere malen telefonisch contact heeft gehad met de Belastingdienst en in die contacten is voorzien van onjuiste informatie, op als een beroep op het vertrouwensbeginsel. Volgens vaste jurisprudentie van de ABRvS is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel vereist dat een aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete en ondubbelzinnige toezegging is gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend, zie onder meer de uitspraak van 24 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1939. Eiseres heeft niet aangetoond dat dergelijke concrete en ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan op grond waarvan zij er vanuit mocht gaan dat er in haar specifieke situatie recht bestond op kinderopvangtoeslag. De rechtbank overweegt voorts dat door de Belastingtelefoon verstrekte inlichtingen op zichzelf onvoldoende zijn om van een geslaagd beroep op een in rechte te beschermen vertrouwen te kunnen spreken. Daar komt in het onderhavige geval bij dat niet duidelijk is welke vragen er precies door eiseres zijn gesteld en of die vragen zijn gesteld in de context van de toeslagen of van de inkomstenbelasting. Het beroep op het vertrouwensbeginsel kan dan ook niet slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ffd202ea69d8442e6d75eba08a3c5c9db0787090d98720cbd1123eb09cba80a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ffd202ea69d8442e6d75eba08a3c5c9db0787090d98720cbd1123eb09cba80a, en de alinea staat in dat document op bytes 13022 tot 14310.