Citaat | Rechtbank Den Haag 22 maart 2018
Onder 7.3 Rechtbank Den Haag 22 maart 2018
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3578.
Verweerder heeft erkend dat hij laakbaar heeft gehandeld bij de totstandkoming van het eerdere besluit op de asielaanvraag van eiser, zoals ook blijkt uit de gegrondverklaring van de klacht van eiser. In dat verband heeft hij de toezegging aan eiser gedaan, hoewel hij daartoe op grond van de wet niet was gehouden, dat hij bij het nieuw te nemen besluit op zijn asielaanvraag ook ambtshalve zal beoordelen of hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb. Verweerder heeft aan die toezegging uitvoering gegeven, maar dat brengt niet mee dat hij vervolgens in redelijkheid niet heeft kunnen weigeren aan eiser die verblijfsvergunning te verlenen. Verweerder heeft bij zijn beslissing betekenis kunnen toekennen aan het feit dat het eerdere besluit reeds strekte tot afwijzing van de asielaanvraag van eiser, dat die situatie door het nu bestreden besluit niet is veranderd en dat hij nooit de toezegging heeft gedaan dat eiser in aanmerking zou komen voor een verblijfsvergunning asiel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed43ef5a68ecf44d3b4d0951e35b548c9f546c79dcd8e9e3398f1c512cb191e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed43ef5a68ecf44d3b4d0951e35b548c9f546c79dcd8e9e3398f1c512cb191e, en de alinea staat in dat document op bytes 26167 tot 27256.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ed43ef5a68ecf44d3b4d0951e35b548c9f546c79dcd8e9e3398f1c512cb191e | shasum -a 256