Citaat | Rechtbank Den Haag 22 maart 2018

Onder 7.3 Rechtbank Den Haag 22 maart 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3578.

Er is daarnaast geen grond voor het oordeel dat verweerder gehouden was de zaak van eiser voor te leggen aan de ‘commissie schrijnende zaken’. Verweerder heeft een dergelijke toezegging niet aan eiser gedaan. Hoewel verweerder er in het kader van de zorgvuldigheid beter aan had gedaan de beoordeling in het kader van de schrijnendheid te laten verrichten door een andere medewerker dan de medewerker die betrokken was bij de eerdere besluitvorming in de procedure, leidt de omstandigheid dat verweerder dat niet heeft gedaan, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, op zichzelf niet tot het oordeel dat de totstandkoming van het besluit in zijn geheel onzorgvuldig is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed43ef5a68ecf44d3b4d0951e35b548c9f546c79dcd8e9e3398f1c512cb191e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed43ef5a68ecf44d3b4d0951e35b548c9f546c79dcd8e9e3398f1c512cb191e, en de alinea staat in dat document op bytes 29063 tot 29775.