Citaat | Rechtbank Den Haag 23 april 2018

Alinea 32 Rechtbank Den Haag 23 april 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 23 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4780.

19. Niet in geschil is dat verzoekers niet op de voorgeschreven wijze Nederland in 2008 zijn binnengekomen en dat zij hier te lande sindsdien nooit rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning hebben gehad. Verweerder betoogt niet ten onrechte dat de keuze om in Nederland zonder verblijfsrecht te verblijven de keuze van verzoekster is geweest. Zij heeft vanaf de asielprocedure geen openheid van zaken gegeven over de daadwerkelijke identiteit en nationaliteit van haar en verzoekers en heeft meerdere keren na het eerste afwijzende besluit van 5 oktober 2009 de keuze gemaakt niet te vertrekken naar Armenië. Verweerder heeft haar mogen tegenwerpen dat zij kon – althans had moeten weten – dat het verblijfsrecht van verzoekers onzeker was. Verweerder betoogt dan ook terecht dat, omdat door de keuze van verzoekster het privéleven van verzoekers zich tijdens illegaal verblijf heeft ontwikkeld, slechts onder bijzondere omstandigheden reden bestaat voor de conclusie dat op grond van artikel 8 van het EVRM een verplichting bestaat tot het laten voortzetten van het privéleven van verzoekers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3d12cb9ed32bc4f496e945b67ba4959ecbab17a7611701a9ac5c66fa14a05b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3d12cb9ed32bc4f496e945b67ba4959ecbab17a7611701a9ac5c66fa14a05b6, en de alinea staat in dat document op bytes 24886 tot 26014.