Citaat | Rechtbank Den Haag 14 mei 2018

Onder 5.4 Rechtbank Den Haag 14 mei 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 14 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5671.

Ter zitting heeft verweerder desgevraagd nader toegelicht de in geding zijnde maatregel noodzakelijk te achten, aangezien de verschillende ganzenpopulaties de afgelopen jaren in de omgeving van zowel luchthaven Rotterdam The Hague Airport als Schiphol in omvang zijn toegenomen. Een toename van het aantal ganzen heeft tot gevolg dat het aantal vliegbewegingen van ganzen evenzeer toeneemt. Een toename van het aantal vliegbewegingen leidt tot een stijging van het aantal incidenten met vliegverkeer. Volgens verweerder is het causale verband tussen de omvang van de ganzenpopulaties en het aantal incidenten daarmee aangetoond. Weliswaar is het aantal incidenten dat in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden niet zeer hoog, maar dit neemt volgens verweerder niet weg dat elk incident ernstige gevolgen met zich brengt en daardoor een te groot risico oplevert. De rechtbank stelt vast dat in tabel 6.4 van het Faunabeheerplan niet is opgenomen welke ganzensoort verantwoordelijk is geweest voor de desbetreffende incidenten in 2012-2013 op Schiphol. Verweerder noch de derde-partij heeft hierover ter zitting duidelijkheid kunnen verschaffen. Ter zitting heeft de derde-partij desgevraagd te kennen gegeven dat met name de toename van het aantal zomerganzen de oorzaak is van het toenemende aantal incidenten. Uit tabel 6.4 in het Faunabeheerplan volgt evenwel dat, behoudens één geval op 31 juli 2013, de opgetreden incidenten buiten de zomerperiode zijn voorgevallen, zodat onduidelijk is op grond waarvan deze incidenten moeten worden toegewezen aan de standganzen. Het is evenmin duidelijk op welke vlieghoogte de incidenten hebben plaatsgevonden, zodat ook om deze reden niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de incidenten zijn veroorzaakt door standganzen en niet door bijvoorbeeld overwinterende trekganzen. Bovendien is niet ondenkbaar dat de toename van het luchtverkeer op zich heeft geleid tot een toename van het aantal incidenten. Dergelijke andere mogelijke oorzaken zijn in het bestreden besluit en in het onderliggend onderzoek ten onrechte niet in ogenschouw genomen. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dan ook een deugdelijk en concludent onderzoek waaruit de door verweerder gestelde causale relatie blijkt tussen de specifieke ganzenpopulaties waarvoor de opdracht is verleend en de geconstateerde incidenten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder, in het licht van de onder 5.2 genoemde jurisprudentie, niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de verleende opdracht noodzakelijk is met het oog op de veiligheid van het luchtverkeer. 5.5 Aan de verleende opdracht heeft verweerder tevens het in artikel 3.17, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wnb neergelegde belang van het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen ten grondslag gelegd. Uit het Faunabeheerplan volgt dat in de periode van 2007 tot en met 2013 de populatie grauwe ganzen is toegenomen van 55.650 naar 100.522, de populatie brandganzen van 19.250 naar 31.325 en de populatie Canadese ganzen van 11.737 naar 17.589. Hoewel wat betreft deze populaties beheer heeft plaatsgevonden, onder meer in de vorm van afschot en nestbehandeling, heeft dit onvoldoende effect gesorteerd, nu de getaxeerde schade die aan standganzen kan worden toegerekend is toegenomen. In dat kader heeft verweerder verwezen naar paragraaf 6.2.1 van het Faunabeheerplan. Daarin is neergelegd dat gewasschade veroorzaakt door ganzen in de zomerperiode toeneemt. De getaxeerde schade in Zuid-Holland is van ongeveer

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5fed66e22dc06349b70830b2892edf3f9e39fc3ccb6a9af3bd94ce844f32404. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5fed66e22dc06349b70830b2892edf3f9e39fc3ccb6a9af3bd94ce844f32404, en de alinea staat in dat document op bytes 27167 tot 30713.