Citaat | Rechtbank Den Haag 29 maart 2018

Alinea 25 Rechtbank Den Haag 29 maart 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 29 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6306.

5 Ingevolge artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) worden ongehuwde meerderjarigen die zijn ingeschreven op hetzelfde woonadres in de BRP voor de toepassing van de Awir als partners aangemerkt, indien op dat adres tevens een minderjarig kind van ten minste één van beiden is ingeschreven. De inschrijving in de BRP is in beginsel leidend. Dit komt overeen met wat in artikel 1.7, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) is bepaald over het verplichte gebruik van authentieke gegevens in de basisregistratie. Artikel 5 Awir schrijft voor dat een wijziging in de omstandigheden die zich voordoet na de eerste dag van de maand, in aanmerking wordt genomen vanaf de eerste dag van de daarop volgende maand. Uit de bepalingen van de Awir volgt dan ook dat verweerder [persoon 2] in de periode juli tot en met oktober 2017 op zichzelf terecht als toeslagpartner van eiseres heeft aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df87e97e41887ca29327d0b222d68f7ae847c4606a4c029aa357386c572af7da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df87e97e41887ca29327d0b222d68f7ae847c4606a4c029aa357386c572af7da, en de alinea staat in dat document op bytes 8199 tot 9181.