Citaat | Rechtbank Den Haag 29 maart 2018

Alinea 27 Rechtbank Den Haag 29 maart 2018

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 29 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6306.

7 Eiseres heeft met de bij bezwaar overgelegde stukken bewezen dat zij met haar zoontje feitelijk vanaf 16 juni 2017 niet meer op het adres [adres] te [plaats] woonachtig was. Niet in geschil is dat eiseres verder geen enkele relatie met [persoon 2] heeft gehad anders dan die van verkoper en koper van de woning. Het had op de weg van verweerder gelegen om bij de voorbereiding van de beslissing op bezwaar van de gerede twijfel aan de juistheid van de gegevens in de basisregistratie een terugmelding te doen. In dat geval is verweerder op grond van artikel 1.7, tweede lid, onder b, van de Wet BRP niet verplicht de gegevens in de basisregistratie te gebruiken en had hij [persoon 2] overeenkomstig de feitelijke situatie niet als toeslagpartner van eiseres hoeven aan te merken. Door het achterwege laten van de terugmelding heeft verweerder in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld, meer specifiek met het beginsel van zorgvuldige voorbereiding, zoals neergelegd in artikel 3:2 van de Awb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df87e97e41887ca29327d0b222d68f7ae847c4606a4c029aa357386c572af7da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df87e97e41887ca29327d0b222d68f7ae847c4606a4c029aa357386c572af7da, en de alinea staat in dat document op bytes 10188 tot 11207.