Citaat | Rechtbank Den Haag 31 januari 2018
Onder 2.26. Rechtbank Den Haag 31 januari 2018
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:813.
De getuigen moeten verklaren over de te bewijzen feiten. De rechtbank acht daarom het aanbod om de door de Stichting KUKB ingeschakelde [B] en de aan deze stichting verbonden [C] en [A] te horen over de wijzen waarop de stichting bewijs heeft verzameld, niet ter zake doend. Het staat de weduwen en kinderen overigens vrij om – voor zover zij dat niet reeds hebben gedaan en dat verder nuttig en nodig vinden – in de processtukken een nadere toelichting te geven op dit punt. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich als de bewijslevering is afgerond, bij akte zullen willen uitlaten over het bijgebrachte bewijs. Dat is het aangewezen moment voor deze eventuele nadere toelichting, waarop de Staat alsdan nog zal kunnen reageren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed, en de alinea staat in dat document op bytes 44893 tot 45646.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed | shasum -a 256