Citaat | Rechtbank Den Haag 31 januari 2018
Onder 2.27. Rechtbank Den Haag 31 januari 2018
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:813.
In de tussenvonnissen is ten aanzien van erebegraafplaatsen als algemene bewijsvraag geformuleerd: de vraag of het enkele feit van het (her)begraven zijn van een man – indien bewezen – voldoende bewijs is dat deze man onrechtmatig is geëxecuteerd door Nederlandse militairen en, dus met andere woorden, destijds niet om het leven is gekomen door andere oorzaken waarvoor de Staat niet aansprakelijk is. Bij positieve beantwoording van deze vraag is nadere bewijslevering over de gestelde doodsoorzaak en de aansprakelijkheid van de Staat daarvoor niet (langer) nodig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed, en de alinea staat in dat document op bytes 45880 tot 46466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6429aebc5cd4cb5a872ec5cf1b74e1d95ee739599846bbf86326112ac1ac37ed | shasum -a 256